Met twee van mijn kinderen naar de Tour de France. Zon op onze hoofden, helikopters in de lucht, gillende mensen langs de weg. Petjes, vlaggen, toeters. Drie uur wachten op een paar seconden koers. Maar wat een ervaring.
We zaten op een helling tussen oude huizen met leistenen daken en uitzichten over de Franse heuvels. Om ons heen zat het vol: hoedjes tegen de zon, mensen met paraplu’s, vaders met camera’s. Alles schreeuwde vakantie – en tegelijkertijd voelde ik iets anders.
Want behalve het feest en de opwinding was er ook iets van controle. Er werd goed opgelet. Hier en daar een zwaailicht, een motoragent die voorbijscheurde, afzettingen die duidelijk maakten: dit is groots, maar ook kwetsbaar. En ergens raakte me dat. Het gaf een gevoel van veiligheid – maar ook de stille vraag waarom dat eigenlijk nodig is.
En dat voelde dubbel. Ik was daar om iets moois te beleven met mijn kinderen. Maar ik kon niet helemaal ontspannen. De chaos van het publiek werd haast onzichtbaar in banen geleid. En ik dacht: dit is het leven soms ook, toch? Vol vreugde én voorzichtigheid. Spanning én ontspanning. Vrijheid én grenzen.
Misschien herken je dat gevoel. Dat je blij bent met hoe iets gaat – maar tegelijk ook iets ongemakkelijks voelt. Een soort spanning tussen genieten en waken.
Heb jij dat ook weleens, dat dubbele gevoel?



